Hoe maak je duurzame inrichtingseisen voor de openbare ruimte die ook worden gebruikt
Zo vertaal je beleid naar concrete richtlijnen voor ontwerp, aanleg en beheer
Duurzaamheidsambities zijn er genoeg, maar je ziet ze lang niet altijd terug op straat. Tussen beleidsdoelen en de uitvoering in projecten zit vaak een lastige vertaalslag. Ontwerpers, beheerders en projectleiders weten vaak niet hoe ze deze ambities moeten vertalen naar concrete keuzes voor materiaal, inrichting, beheer en budget. Veel gemeenten leggen daarom richtlijnen voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte vast in een handboek inrichting openbare ruimte (HIOR) of leidraad inrichting openbare ruimte (LIOR). Maar hoe maken we ambities uitvoerbaar, zonder te verzanden in een wirwar aan onmogelijke duurzaamheidseisen?
Waar gaat het vaak mis?
- Te abstracte richtlijnen
Duurzaamheidsambities blijven vaak hangen in algemene termen als circulair, klimaatadaptief of natuurinclusief. Zonder concrete vertaling naar ontwerpkeuzes, materiaaltoepassing en beheerafspraken is voor projectteams onduidelijk wat er precies van hen wordt verwacht.
- Conflicterende belangen
Projecten vragen om afwegingen tussen thema’s als duurzaamheid, beheerbaarheid, investeringskosten, technische eisen en ruimtelijke kwaliteit samen. Als niet duidelijk is hoe die afweging moet plaatsvinden, wordt duurzaamheid niet altijd meegenomen.
- Onvoldoende draagvlak bij beheer en uitvoering
Richtlijnen werken alleen als ook beheerders, toezichthouders en uitvoerende partijen ermee uit de voeten kunnen. Wanneer zij te laat worden betrokken, ontstaan er al snel bezwaren over uitvoerbaarheid, onderhoud of kosten.
- Niet toepasbaar in projecten
Als richtlijnen niet toetsbaar of praktisch bruikbaar zijn, verdwijnen ze naar de achtergrond zodra de druk op planning, budget of besluitvorming toeneemt. Dan blijft duurzaamheid een ambitie op papier.
Hoe maak je richtlijnen werkbaar?
Handboeken en leidraden zijn sterke instrumenten, zolang ze écht toepasbare richtlijnen bevatten. Juist op themaniveau kan een groot verschil worden gemaakt. Een duurzame ambitie krijgt namelijk pas betekenis als die wordt vertaald naar een richtlijn waar ontwerpers, beheerders en aannemers direct mee aan de slag kunnen.
Denk bij de ambitie voor een circulaire economie bijvoorbeeld aan een voorkeursrichtlijn voor duurzaam materiaal voor lichtmasten of een minimaal percentage aan hergebruikt verhardingsmateriaal, of het voorschrijven van bepaalde plantensoorten bij de ambitie biodiversiteit. Zo weet de gebruiker van de richtlijn duidelijk wat er van ze wordt verwacht, en hoe zij bij kunnen dragen aan de ambitie.
Bij het opstellen van een goede richtlijn, is het belangrijk om te denken aan:
- maak richtlijnen concreet, toetsbaar en eenduidig;
- werk met voorkeursprincipes, zoals “hergebruik, tenzij…”;
- verbind ontwerp, beleid, uitvoering en beheer vanaf het begin;
- laat ruimte voor maatwerk, maar leg vast wanneer en hoe van de richtlijn mag worden afgeweken;
- koppel richtlijnen aan data, areaalkennis en materiaalstromen
Voorbeelden uit de praktijk
Planterra ondersteunt gemeenten bij het opstellen en actualiseren van hun HIOR, zowel als document als digitaal via HIOR.nl. In die trajecten zien we telkens hetzelfde: een HIOR is veel meer dan een bundel technische richtlijnen, het is een praktisch instrument om maatschappelijke opgaven zoals duurzaamheid, biodiversiteit, klimaatadaptatie en circulariteit te vertalen naar concrete keuzes in ontwerp, aanleg en beheer. Een sterk HIOR maakt ambities niet alleen zichtbaar, maar vooral werkbaar in projecten.
Voor gemeenten als Alkmaar, Deventer, Brummen en Molenlanden werken we dit type richtlijnen uit. Onderstaande richtlijn is hier een voorbeeld van. Deze maakt circulariteit direct bespreekbaar en toepasbaar in projecten. Het gesprek gaat dan niet meer alleen over ambitie, maar over de vraag welke keuzes in ontwerp, uitvoering en logistiek nodig zijn om eraan te voldoen. Er worden concrete voorbeelden voor de toepassing gegeven, met ruimte voor projectspecifieke oplossingen.
| Richtlijn | Breng vrijkomende restproducten zo hoogwaardig mogelijk terug in de keten. |
| Motivatie | Voor een circulaire economie is het essentieel dat vrijkomende materialen opnieuw worden ingezet. Als producten niet opnieuw in hetzelfde project of via het gemeentelijk depot kunnen worden gebruikt, zorgt het projectteam ervoor dat deze materialen worden gerecycled of op een hogere trede van de R-ladder worden hergebruikt. |
| Mogelijke oplossing | Denk bijvoorbeeld aan: PE- en PP-rioolbuizen terugbrengen via BIS Betonproducten hergebruiken of recyclen conform CE-certificering en NEN 12620 Staal gescheiden inzamelen voor hoogwaardig hergebruik Waar mogelijk gebruikmaken van take-back-services van leveranciers Sloop circulair organiseren, zodat materialen traceerbaar en opnieuw inzetbaar blijven |

Een ander voorbeeld is onderstaande richtlijn voor openbare verlichting (OVL). Met deze richtlijn wordt er voor voldoende voorzieningen voor elektrische auto’s gezorgd, terwijl er ook wordt gedacht aan ruimtegebruik en de uitstraling van de openbare ruimte. Zo kunnen verschillende ambities worden gecombineerd.
| Richtlijn | Houd met de inpassing van verlichting rekening met de combinatie van openbare verlichting en laadinfrastructuur en stem dit af met de beheerder voor laadvoorzieningen. |
| Motivatie | De gemeente wil lichtmasten combineren met laadpalen. Door openbare verlichting en laadpalen te combineren wordt verrommeling van de openbare ruimte voorkomen, wordt efficiënt omgegaan met de beschikbare ruimte en wordt ingespeeld op de groeiende behoefte aan laadinfrastructuur. |
| Mogelijke oplossing | Bij (her)inrichting van straten waar langs de rijbaan of in parkeervakken wordt geparkeerd, worden lichtmasten bij voorkeur geplaatst aan de zijde van de parkeervakken. |

In de praktijk zullen richtlijnen soms botsen. Met de hoeveelheid opgaven in de openbare ruimte kan namelijk niet alles overal. Dat is geen probleem, zolang richtlijnen het gesprek structureren en keuzes transparant en maken, mét onderbouwing voor hoe er al dan niet aan ambities wordt bijgedragen.
Betrek beheer en uitvoering vanaf het begin
Een richtlijn werkt alleen als de mensen die ermee werken erachter staan. Juist de beheerders, projectleiders, toezichthouders en uitvoerders weten wat er in de praktijk wel of niet werkt. Door deze praktijkkennis vroeg mee te nemen in het opstellen van je handboek, vergroot je niet alleen het draagvlak in de organisatie, maar ook de kans dat duurzame richtlijnen daadwerkelijk (kunnen) worden toegepast.
Daarbij helpt het om ook organisatorisch vast te leggen wie eigenaar is van de richtlijnen, op welke momenten ze in projecten worden getoetst en hoe afwijkingen worden beoordeeld. Zo blijven duurzame keuzes niet afhankelijk van individuele voorkeuren of toevallige projectomstandigheden, maar worden ze een vast onderdeel van de manier van werken.
Ook aan de slag met duurzame richtlijnen?
Werkt jouw gemeente aan circulaire en duurzame ambities in de openbare ruimte? Planterra helpt gemeenten om beleid om te zetten in concrete, uitvoerbare richtlijnen die passen bij de praktijk van ontwerp, uitvoering en beheer.
We denken graag mee over de mogelijkheden voor jouw gemeente. Neem gerust contact op met onze expert Jeroen Bruinenberg voor een verkenning van een toekomstbestendig handboek of leidraad waarin duurzaamheid en circulariteit echt zijn geborgd.
Wil je als gemeente direct praktisch aan de slag? Planterra verzorgt een Masterclass Circulair Wegbeheer. De eerstvolgende Masterclass vindt plaats op dinsdag 8 september.


0 comments on Hoe maak je duurzame inrichtingseisen voor de openbare ruimte die ook worden gebruikt