Hoe krijgen we een schonere openbare ruimte? Een complex vraagstuk waarbij systeemdenken kan helpen
Een schone stad vraagt om een zorgvuldige mix van maatregelen op het vlak van afvalinzameling, straatreiniging, handhaving, communicatie en participatie. Sinds jaar en dag wordt er met meer en minder succes gewerkt aan dé aanpak. Maar wat werkt voor de hele gemeente en waar is juist maatwerk nodig? En wat kunnen wetenschappelijke inzichten vanuit de theorie van systeemdenken ons hierover leren?
Wat voor de buitenstaander een eenvoudig probleem lijkt (“gewoon meer opruimen”, of “gewoon meer handhaven”) is in de praktijk een complex vraagstuk. Gedrag van bewoners en bezoekers speelt een belangrijke rol bij de mate waarin de openbare ruimte schoon blijft. Maar dat gedrag staat niet op zichzelf. De inrichting van de openbare ruimte, de beschikbaarheid en toegankelijkheid van voorzieningen, de sociale norm, communicatie en handhaving kunnen allemaal invloed hebben op wat mensen doen.
Het resultaat wordt namelijk niet door één factor bepaald, maar door een samenspel van gedrag, beleid, inrichting, beheer en de manier waarop verschillende maatregelen op elkaar inwerken. Daarbij hebben gemeenten vaak te maken met verschillende doelstellingen en perspectieven. Wat vanuit het ene beleidsdoel een logische oplossing lijkt, kan vanuit een ander perspectief juist ongewenste effecten hebben. Een bijplaatsing kan vanuit het oogpunt van een schone openbare ruimte aanleiding zijn om deze zo snel mogelijk te verwijderen. Vanuit handhaving kan juist de vraag spelen of snel opruimen ongewenst gedrag in stand houdt. De uitdaging is daarom niet alleen om de openbare ruimte schoon te maken, maar vooral om te begrijpen waardoor vervuiling ontstaat en welke factoren bepalen of maatregelen daadwerkelijk effect hebben.
Een bijplaatsing vertelt niet het hele verhaal
Een afvalzak naast een ondergrondse container is eenvoudig te zien en te registreren. Maar het aantal bijplaatsingen vertelt nog niet waarom ze ontstaan, en dus ook niet welke maatregel waarschijnlijk effectief zal zijn.
Is de container regelmatig vol? Weten inwoners niet waar of wanneer zij huishoudelijk afval kunnen aanbieden? Speelt gemak een rol? Is er weinig sociale controle? Of zijn er andere omstandigheden waardoor mensen eerder geneigd zijn afval naast de container te zetten? Dezelfde zichtbare situatie kan verschillende oorzaken hebben. En verschillende oorzaken vragen om verschillende maatregelen, zoals opruimen, meer communicatie intensiveren of meer handhaven.
Meten is weten?
Om te bepalen welke aanpak werkt, verzamelen gemeenten veel informatie over afval en de kwaliteit van de openbare ruimte. Die cijfers zijn belangrijk, maar vragen wel om context.
Nederlanders produceerden in 2025 gemiddeld 449 kilo huishoudelijk afval per inwoner, 6 kilo minder dan een jaar eerder. Op het eerste gezicht lijkt dat een mooie stap richting een circulaire samenleving. Maar een cijfer laat vooral zien wat er gebeurt, en niet automatisch waarom. De grootste daling zit namelijk in het gft-afval. Volgens het CBS is dat voor een belangrijk deel te verklaren door de droge weersomstandigheden. Dit voorbeeld laat zien dat een verandering in een cijfer niet automatisch betekent dat gedrag of beleid is veranderd. Om te begrijpen wat er gebeurt, moet je ook kijken naar de factoren die achter die ontwikkeling liggen.
Denken in systemen
Om die achterliggende oorzaken en relaties beter te begrijpen, gebruiken we bij Planterra onder andere inzichten vanuit de theorie van systeemdenken (systems thinking). Daarbij kijken we niet alleen naar een afzonderlijk probleem of een afzonderlijke maatregel, maar naar de factoren die daarop invloed hebben en de manier waarop ze elkaar beïnvloeden.
Systeemdenken wordt al lange tijd gebruikt om complexe vraagstukken te onderzoeken. Een bekend voorbeeld is The Limits to Growth uit 1972, uitgevoerd in opdracht van de Club of Rome. Het onderzoek liet zien dat complexe vraagstukken beter te begrijpen zijn wanneer factoren niet los van elkaar, maar in samenhang worden bekeken. Donella Meadows, een van de onderzoekers, groeide later uit tot een belangrijke denker op het gebied van systeemdenken en benadrukte juist het belang van relaties, terugkoppelingen en patronen binnen een systeem. Ook in onderzoek naar de openbare ruimte wordt deze manier van denken toegepast. Zo laten Salvia et al. (2022) zien hoe fysieke, sociale en gedragsmatige factoren gezamenlijk invloed hebben op het gebruik van stedelijke groene ruimte.
Binnen zo’n systeem kunnen relaties verschillende kanten op werken. Sommige factoren versterken elkaar, terwijl andere juist afremmen. Ook kan één maatregel tegelijkertijd op meerdere factoren effect hebben. Neem bijvoorbeeld de inzet van vrijwilligers. Zij kunnen bijdragen aan een schonere omgeving en meer betrokkenheid in de buurt. Die schonere omgeving kan vervolgens de sociale norm positief beïnvloeden. Tegelijkertijd kan het gevoel van eerlijkheid afnemen wanneer vrijwilligers afval opruimen dat anderen achterlaten zonder dat daar consequenties tegenover staan. Handhaving kan juist op dat laatste aangrijpen. Het gaat er daarom niet om dat één maatregel per definitie goed of fout is. De vraag is vooral: op welke factor grijpt een maatregel in, welk effect verwachten we daarvan en welke neveneffecten kunnen optreden? Welke mix van maatregelen zorgt voor het beste resultaat?
Van symptoombestrijding naar gerichte maatregelen
Systeemdenken helpt om te voorkomen dat we direct van een probleem naar een oplossing springen. Bij een toename van bijplaatsingen kan de eerste reactie bijvoorbeeld zijn om extra te handhaven. Maar wanneer uit de analyse blijkt dat containers structureel vol zijn op bepaalde momenten, kan het aanpassen van de ledigingsfrequentie veel effectiever zijn. Andersom heeft extra capaciteit weinig zin als inwoners vooral niet weten hoe zij grofvuil moeten aanbieden.
Door eerst de belangrijkste oorzaken en relaties achter het probleem te onderzoeken, ontstaat een beter beeld van de plekken waar een maatregel daadwerkelijk verschil kan maken. Dat betekent niet dat het volledige systeem precies in kaart kan worden gebracht. De openbare ruimte is complex en niet ieder effect is vooraf te voorspellen. Het doel is daarom niet om álle relaties te kennen, maar om de belangrijkste oorzaken, afhankelijkheden en mogelijke aangrijpingspunten zichtbaar te maken. Zo kunnen we onderbouwd keuzes maken.

Samen het probleem achter het probleem onderzoeken
We passen deze manier van denken bijvoorbeeld toe in werksessies met beheerders, beleidsmakers en andere betrokkenen. Zij bekijken een vraagstuk ieder vanuit hun eigen kennis en praktijkervaring. Door die perspectieven samen te brengen, ontstaat een completer beeld van het vraagstuk.
Samen brengen we in beeld:
- welke ongewenste situatie we precies willen veranderen;
- welke factoren daarop mogelijk invloed hebben;
- welke factoren elkaar versterken of juist afremmen;
- welke relaties we zeker weten en welke nog aannames zijn;
- waar maatregelen kunnen aangrijpen en welke effecten daarvan te verwachten zijn.
De uitkomsten van zo’n analyse vormen een basis voor beleid en uitvoering. Ze kunnen bijvoorbeeld helpen om keuzes in schoonbeleid, afval- en grondstoffenbeleid of het uitvoeringsplan beter op elkaar af te stemmen. Ook maken ze zichtbaar welke informatie nog ontbreekt om effecten te monitoren en maatregelen waar nodig bij te sturen.
Zo wordt systeemdenken niet alleen een manier om een probleem te analyseren, maar ook een hulpmiddel om beleid en uitvoering gerichter in te richten. Cijfers blijven daarbij belangrijk. Ze laten zien wat er gebeurt en helpen om ontwikkelingen te volgen. Systeemdenken helpt vervolgens om deze data in de juiste context te plaatsen, verbanden te onderzoeken en te bepalen welke informatie nodig is om beleid en maatregelen gericht bij te sturen. Zo kunnen gemeenten onderbouwde keuzes maken voor een schone en goed functionerende openbare ruimte.
Meer weten?
Wil je binnen jouw gemeente beter begrijpen welke factoren achter een vraagstuk als zwerfafval of bijplaatsingen liggen? Of samen onderzoeken welke maatregelen het meest kansrijk zijn?
Neem contact op met Femke Melkert of Rianne Scholte voor meer informatie. We gaan graag met je in gesprek!

0 comments on Hoe krijgen we een schonere openbare ruimte? Een complex vraagstuk waarbij systeemdenken kan helpen